PCOAZ

Deze school is onderdeel van Stichting PCOAZ

Onderwijs van A tot Z

zorg voor kinderen

KINDEREN VOLGEN IN HUN ONTWIKKELING
 
We vinden het heel belangrijk de kinderen in hun ontwikkeling te volgen.
Dit doen we vanaf groep 1 door middel van observaties en een aantal genormeerde toetsen van CITO. Vanaf groep 3 volgen we de kinderen ook d.m.v. methodegebonden toetsen. De toetsen helpen ons om vroegtijdig te signaleren zodat we de behoeften van een kind in kaart kunnen brengen en we de aanpak daar op af kunnen stemmen. Deze resultaten worden bijgehouden in (observatie) lijsten en de CITO toetsen worden ingevoerd in het leerling administratie programma. De methodegebonden toetsen worden op het rapport vermeld en de CITO toetsen op de CITO kaart. De resultaten hiervan worden met de ouders besproken.
De zorg voor de kinderen wordt gecoördineerd door de Intern Begeleider.
De Intern Begeleider ondersteunt en adviseert de leerkrachten bij de begeleiding van de kinderen. De leerkracht en Intern Begeleider houden regelmatig groeps- en leerlingbesprekingen.
 
We willen de leesontwikkeling in groep 3 nauwlettend volgen. Daarom hanteren we in groep 3 een viertal toetsmomenten (herfst- winter- voorjaars- en zomersignalering) om kinderen met leesproblemen in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren. We volgen hiermee de adviezen uit het protocol dyslexie van het ministerie van onderwijs.
 
We vinden het daarnaast heel belangrijk de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen goed te volgen en aan te sturen. Dit doen we door middel van een signaleringsinstrument ZIEN.
Hierdoor krijgen we een beter beeld van de ontwikkeling van het kind. We zijn van mening dat als kinderen lekker in hun vel zitten en zich veilig voelen ze beter in staat zijn zich op cognitief gebied te ontwikkelen.
 
PASSEND ONDERWIJS
In de universele rechten van het kind staat dat ieder kind recht heeft op onderwijs. In Nederland is dat inmiddels vanzelfsprekend. Met het vierde jaar beginnen kinderen in Nederland onderwijs te volgen, hoewel ze daarvoor al veel geleerd hebben.
Toch krijgt, in het algemeen, niet ieder kind het onderwijs dat bij hem of haar past. Gelukkig onderkennen we dat in Nederland. Daarom hebben we als team een traject gevolgd om zo goed mogelijk te kijken, luisteren en te onderzoeken wat uw kind kan en kent..
AFSTEMMEN OP DE ONDERWIJSBEHOEFTEN VAN HET KIND
 
Wanneer kinderen extra begeleiding nodig hebben, streven we ernaar om hen zoveel mogelijk in de klas door de eigen leerkracht te begeleiden.
Op onze school werken we volgens de principes van afstemming. Dat wil zeggen dat we zo veel mogelijk de onderwijsbehoeften van de kinderen in kaart brengen en daar ons onderwijs op afstemmen om het maximale uit het kind te halen; dit uiteraard binnen de grenzen van de mogelijkheden van het kind, de school en de individuele leerkracht. In overleg met het kind, de ouders en eventueel andere betrokkenen van het kind proberen we tot een optimale afstemming van het onderwijsaanbod te komen.
Echter we moeten reëel blijven. Wij kunnen niet alles. Soms lopen we tegen de grenzen van ons kunnen aan. Als dat zo is, hoort u dat vroegtijdig van ons en samen gaan we op zoek naar andere mogelijkheden.
Het is een intensief traject, maar toch zetten we doelbewust door, omdat het past bij onze opdracht: Uw kind goed onderwijs en goede zorg bieden, het ontwikkelen van talenten.
De leerkrachten brengen de hele groep in kaart en maken hiervan een groepsoverzicht.
Vanuit het groepsoverzicht wordt een groepsplan gemaakt. Hierin wordt beschreven welke onderwijsbehoeften de kinderen hebben worden er clustergroepen gevormd. Zo kan de zorg in de groep door de leerkracht goed georganiseerd worden. Sommige kinderen krijgen daarnaast een individueel begeleidingsplan. Hiervan worden de ouders op de hoogte gebracht.
De groepsplannen worden 3 keer per jaar met de leerkracht en Intern Begeleider besproken.
 
Bij het maken van een groepsplan kijken we goed naar de leerstof die in de periode daaropvolgend aangeboden wordt vanuit de methode. Er wordt gekeken welke behoeften de kinderen hebben. Daarbij houden we rekening met wat we van het kind weten uit eerdere observaties, toetsen en informatie van de ouders. We willen zoveel mogelijk preventief werken.
 
Kinderen die extra hulp nodig hebben krijgen begeleiding van de leerkracht. Dit kan bijvoorbeeld tweede instructie zijn en er wordt ook gebruik gemaakt van pre-teaching. Ook kan het zijn dat er aanpassingen in de leerstof gemaakt worden als kinderen behoefte hebben aan andere leerstof, een andere manier van aanbieden of juist meer aankunnen dan de stof die aangeboden wordt in groep. Wanneer kinderen een ontwikkelingsvoorsprong hebben proberen wij deze kinderen een ander lesprogramma aan te bieden.
Door een goede samenwerking tussen ouders en het team van de school kan worden gewerkt aan een goede ontwikkeling van de kinderen.
 
STAPPENPLAN ZORG
 
Bij het afstemmen op de behoeften van kinderen werken we volgens het volgende stappenplan.
-          Stap 1: observeren en signaleren. In deze fase observeert de leerkracht in de groep of de ouders signaleren thuis belemmeringen. In deze fase wordt het groepsoverzicht en groepsplan gemaakt. Eventueel wordt ook een individueel begeleidingsplan opgesteld en uitgevoerd.
-          Stap 2: collegiale consultatie. De leerkracht deelt eventuele vermoedens van zorg met een collega of intern begeleider. Hierna kan het handelen voortgang krijgen of aangepast worden.
Indien blijkt dat de gewenste hulp te weinig effect heeft kan besloten worden om het kind te bespreken in het zorgteam of ZAT (zie kopje verderop voor toelichting)
-          Stap 3: Bespreking in zorgteam
-          Stap 4: Bespreking in het ZAT
-          Stap 5: Bieden van passende speciale zorg; hulpverlening aan kind en/of ouders door lokale zorginstellingen of jeugdzorg. Ondersteuning /aanpassingen in de reguliere school of aangepast onderwijs.
 
RAPPORTAGE
 
Elk schooljaar worden 3 rapportbesprekingen gepland en natuurlijk is het altijd mogelijk tussendoor een afspraak met de leerkracht te maken. Na het laatste rapport worden er alleen gesprekken gehouden met de ouders indien gewenst.
Op de rapportenavond wordt het rapport van de kinderen besproken. Ook kunt u dan de resultaten van de CITO toetsen bekijken evenals het werk van de kinderen. Indien er extra begeleiding plaatsvindt, worden hiervan de vorderingen besproken.
Soms is het nodig dat ouders en leerkrachten tussen door een afspraak maken om de ontwikkeling of de resultaten met elkaar te bespreken.
 
ZITTENBLIJVEN
 
Af en toe komen we tot de conclusie dat alle extra begeleiding onvoldoende effect heeft. Het kan dan beter voor een kind zijn om een leerjaar over te doen. We nemen deze beslissing in samenspraak met de ouders. De school heeft hierbij een stem van doorslaggevende betekenis. We nemen dit besluit alleen wanneer we als leerkracht en Intern Begeleider ervan overtuigd zijn dat dit voor de ontwikkeling van het kind een goede oplossing kan zijn. Deze beslissing wordt gebaseerd op het functioneren van het kind in de klas en op de cognitieve ontwikkeling van het kind.
 
OVERGANGSPROTOCOL
 
De meeste kinderen die naar de basisschool gaan, hebben al op een peuterspeelzaal of kinderdagverblijf gezeten. Zodra een kind naar school gaat, is het van belang dat op de basisschool informatie beschikbaar is over de ontwikkeling van het kind.
Op de meeste kinderdagverblijven en peuterspeelzalen wordt in de gemeente Zwijndrecht gewerkt met een overdrachtsformulier. Hierop wordt aangegeven op welke wijze een kind zich tot die tijd heeft ontwikkeld. De ouders van het kind ontvangen het overdrachtsformulier. Het is de bedoeling dat dit in het belang van het kind overhandigd wordt aan de leerkracht van de basisschool. Zo kan worden aangesloten bij de verdere ontwikkeling van het kind.
Als het kind op school komt vindt er na een aantal weken een intakegesprek plaats.
 
NAAR HET VOORTGEZET ONDERWIJS
 
Het kiezen van een school voor voortgezet onderwijs is elk jaar voor leerlingen van groep 8 en hun ouders een spannende aangelegenheid. Deze keuze moet zorgvuldig en in goed onderling overleg plaatsvinden.
Bij de bepaling van de schoolkeuze wordt gekeken naar:
-          de aanleg en capaciteiten van de leerling
-          de schoolvorderingen
-          de score van de drempeltoets
-          de werkhouding van de leerling
-          de visie en de verwachtingen van de groepsleerkracht.
Het is ons doel om de overstap van PO naar VO zo soepel mogelijk te laten verlopen en kinderen en ouders hierin optimaal te begeleiden. Hieronder worden de stappen in dit proces beschreven.
A. Informatieavond ouders/verzorgers leerlingen groep 8 (september)
 
Er wordt tijdens deze avond niet ingegaan op kinderen individueel, maar er wordt een schets gegeven van het gehele traject. Bespreekpunten zijn:
Het traject:
·         oktober                 Afname Drempelonderzoek bij alle kinderen groep 8.
·         november                         Op de rapportavond wordt een voorlopig advies uitgebracht omtrent de
brugklas die mogelijk voor een kind geschikt is. De basis hiervoor is het LVS systeem.
·         november             Voorlichtingsavond op het Develsteincollege voor ouders.
                                   Informatiemarkt op het Walburgcollege voor ouders en kinderen.
                                   Scholenmarkt Alblasserdam (alle VO scholen vanuit de regio)
·         januari                   Proeflessen op het Develsteincollege en het Walburgcollege.
·         eind januari           Open huis op het Develsteincollege en het Walburgcollege,
LOC@ Zwijndrechtse Waard en voor Alblasserdam De Lage Waard.                                                                                            
Ouders/verzorgers kunnen met de kinderen de gebouwen bekijken. Tevens vinden er allerlei activiteiten plaats.
·         februari/maart      Uitnodiging adviesgesprek. Besluit schoolkeuze en type brugklas.                                              
De basisschool vult een onderwijskundig rapport in (OKR) en verzorgt de aanmelding. De ouders/verzorgers kunnen op het aanmeldings-formulier eventuele opmerkingen plaatsen.
·         april                       Op 1 april moet de aanmelding bij het VO binnen zijn.
·         eind mei                Ouders krijgen een definitief plaatsingsbericht van het VO.
·         juni                                    Kennismakingsmiddag voor de nieuwe brugklassers.
 
Opbouw schooladvies:
  • Resultaten van acht jaar onderwijs, vastgelegd in een leerlingvolgsysteem (LVS).
  • Overleg met leerkrachten van groep 6, 7, 8, directie, bouwleider, intern begeleider.
  • De uitslag van het Drempelonderzoek.
  • Wens van leerling en ouders.
 
B. Drempelonderzoek (oktober/november)
 
Binnen PCOAZ is het volgende afgesproken:
·         Alle leerlingen van groep 8 maken het Drempelonderzoek.
·         Ouders worden schriftelijk geïnformeerd over de afname van het Drempelonderzoek.
·         De uitslag van het Drempelonderzoek wordt eerst besproken tussen de leerkrachten van groep 6, 7 en 8, directie, bouwcoördinator en de intern begeleider.
·         De uitslag wordt schriftelijk (evt. in een persoonlijk gesprek) aan de ouders medegedeeld.
 
C. Rapportbespreking met voorlopig advies (november)
 
Het gesprek wordt gevoerd door de leerkracht van groep 8. Daarbij kan de bouwleider of directeur aanwezig zijn.
 
D. Schoolkeuzegesprek met ouders/verzorgers ( Februari / maart)
 
Het gesprek met de ouders/verzorgers wordt gevoerd door (minimaal) twee personen: de leerkracht(en) van groep 8 en de directeur of bouwleider. De school adviseert; de ouders maken de keuze.
De ouders vullen vervolgens het aanmeldingsformulier in; de basisschool verzorgt een onderwijskundig rapport (OKR). Relevante informatie uit het LVS wordt toegevoegd aan het OKR. Dit wordt uiterlijk op 1 april bij het VO aangeleverd. In bijzondere gevallen neemt de basisschool vooraf contact op met het VO, zeker wanneer het om kinderen gaat met een speciale zorgbehoefte.
 
 
 
 
E. Vervolg traject op scholen VO (april – juni)
 
Een plaatsingscommissie beoordeelt de aanmeldingen. Evt. wordt contact opgenomen met het PO.
Bij discrepantie tussen de aanmelding van de ouders en het advies van het PO, volgt het VO het advies van het PO.
Als het VO de plaatsing rond heeft, wordt een plaatsingslijst naar de scholen voor PO gestuurd. Het PO heeft enkele dagen de tijd om e.e.a. te controleren en evt. te reageren. Daarna gaan de plaatsingsberichten naar de ouders/verzorgers.
De leerlingen krijgen een uitnodiging van het VO voor een kennismakingsmiddag in juni. Zij maken dan kennis met hun klasgenoten en hun mentor.
De administratieve handelingen (uit- en inschrijven) vinden plaats per 1 augustus.
 
F. Terugkoppeling
 
·         In oktober is er een contactmiddag tussen VO en PO. Dan worden de ervaringen van de docenten met de eerstejaars leerlingen in het VO besproken met de leerkrachten in het PO.
  • Het VO verzorgt tussenrapportages van de resultaten van de leerlingen t.b.v. de afleverende scholen voor PO. Het VO rapporteert eveneens de examenresultaten en doorstroomgegevens.
 
AANNAMEBELEID LEERLINGEN MET EEN LGF (LEERLING GEBONDEN FINANCIERING)
 
Ouders van kinderen met een beperking, ziekte of stoornis willen een bewuste keuze maken voor een school die het meest geschikt is voor hun kind: de school in de buurt of een speciale school. We spreken hier dan over kinderen met verstandelijke, zintuiglijke of lichamelijke beperkingen, kinderen met psychiatrische problemen of kinderen met ernstige leer- en of gedragsproblemen. De leerlinggebonden financiering (LGF), ook wel bekend als “de rugzak” speelt hierop in. 
De middelen die een kind met een beperking of stoornis nodig heeft, gaan als het ware in
een rugzakje mee naar een reguliere school. Die middelen zijn bestemd om in te zetten
door de school: b.v. voor extra ondersteuning van de leerkracht of om extra hulp of
materiaal in te kopen. De ouders worden betrokken bij de beslissing over de inzet van
“de rugzak”.
 
Vroeger gingen de kinderen – vrijwel zonder uitzondering - naar een speciale school. Ook
nu nog kunnen de kinderen met een beperking of stoornis naar zo’n school, maar er gaan
ook kinderen naar reguliere basisscholen. De speciale school zal dan zijn deskundigheid
ter beschikking stellen aan de reguliere basisschool d.m.v. ambulante begeleiding.
 
Ouders die na overleg met de school denken voor LGF in aanmerking te komen, kunnen
een verzoek indienen bij een regionaal expertise centrum (REC). U wordt bij dit proces begeleid door ons. Deze commissie van indicatiestelling (CvI) zal aan de hand van de
beschikbare dossiers en landelijk vastgestelde criteria een beoordeling geven of het kind
wel of niet in aanmerking komt voor “een rugzakje”. Met een indicatie (dat is een
toewijzing van een leerlinggebonden budget) kunnen de ouders een kind aanmelden bij
een speciale school of bij een reguliere basisschool.
 
In het geval dat u overweegt om voor onze school te kiezen, gaan wij met u in gesprek
over wat uw verwachtingen en wat onze mogelijkheden zijn. Als deze overeenkomen,
gaan wij verder met u in gesprek om de verwachtingen en mogelijkheden concreet vorm
te geven in een handelingsplan. Als deze niet overeenkomen kunnen we met geldige
redenen een kind weigeren. We zullen alle kansen en beperkingen met elkaar moeten bespreken.
 
De plaatsing dient in het belang van het kind zelf te zijn, maar ook het belang van de groep waarin het betreffende kind wordt geplaatst, dient te worden meegewogen in de overweging een kind in te schrijven op onze school. Ieder verzoek tot plaatsing zal van geval tot geval bekeken worden. Het aannameprotocol ligt op school ter inzage.
 
Als u meer informatie over dit onderwerp wilt, verwijzen we u naar de website van het
REC in onze regio (www.reczhz.nl). Ook is er informatie te vinden op de website van het ministerie: www.minocw.nl/rugzakje.
 
SPECIALE SCHOLEN VOOR BASISONDERWIJS
 
Vanaf 1 augustus 1998 vallen basisscholen, de toenmalige scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden (LOM) en scholen voor moeilijk lerende kinderen (MLK) onder één onderwijswet: de Wet op het Primair Onderwijs. Vanaf dat moment spreken we over “speciale scholen voor basisonderwijs”, als het gaat om scholen die onderwijs geven aan kinderen die tot die datum werden verwezen naar het LOM en MLK. Primair onderwijs staat dus voor onderwijs aan de grootste groep vier- tot twaalfjarige kinderen in Nederland.
Alle andere scholen voor speciaal onderwijs vallen buiten deze wet. Dit zijn de scholen voor lichamelijk, zintuiglijk en verstandelijk gehandicapte kinderen. Deze scholen vormen de zogenaamde expertisecentra. In deze centra is de deskundigheid op een bepaald terrein van speciale zorg gebundeld. Die deskundigheid is beschikbaar voor de kinderen die in zo’n centrum worden opgevangen, maar ook voor de kinderen die, ondanks hun problemen of handicap, naar het reguliere primair onderwijs gaan. Er wordt op die manier naar gestreefd, zoveel mogelijk kinderen op te vangen op een “gewone” basisschool. Zo zal er “onderwijs op maat” geboden moeten worden. Onze school maakt deel uit van het samenwerkingsverband Zuid-Holland-Zuid. Als een kind verwezen moet worden naar een speciale school voor basisonderwijs, is daar al een heel proces aan vooraf gegaan, waarbij de ouders nauw betrokken zijn.

 

 
ZORGTEAM OP SCHOOLNIVEAU EN ZORG ADVIES TEAM (ZAT)
 
Het Zorgteam op schoolniveau is een multidisciplinair team dat hulpvragen beantwoordt bij het bieden van de juiste begeleiding voor de kinderen. Kinderen worden met toestemming van ouders besproken in het Zorgteam. De hulp van het Zorgteam wordt ingeroepen wanneer het het kind, de ouders of de school niet lukt om de problemen op te lossen of niet goed weten hoe een kind het beste verder begeleid kan worden. In het Zorgteam hebben de volgende personen zitting: de Intern Begeleider van de basisschool (evt. samen met de leerkracht), een orthopedagoog, een jeugdarts/jeugdverpleegkundige (GGD), een schoolmaatschappelijk werker. Afhankelijk van de (te verwachten) problemen kan het Zorgteam worden aangevuld met andere specialisten.
Het zorgteam kan dan:
  • Advies geven aan kind, ouders en school
  • Verder onderzoek doen
  • Verwijzen naar iemand of een instantie die nog meer expertise hebben in de problematiek
  • Beslissen aan te melden bij de PCL voor een beschikking speciaal (basis)onderwijs
De PCL heeft de wettelijke taak om te besluiten of voor een leerling het volgen van Speciaal basisonderwijs (SBO) voor het kind noodzakelijk is.
 
Het Zorg Advies Team (ZAT) is een buitenschools vangnet voor kinderen waarover ernstige zorgen bestaan. Voor deze zorgen schieten de mogelijkheden van de primaire leefverbanden ieder afzonderlijk te kort. Daarom zitten uit verschillende organisaties en disciplines deskundigen bij elkaar in dit team. Het ZAT is een multidisciplinair team waarin instellingen die zorg en ondersteuning bieden aan jeugdigen en ouders, aansluiten bij de zorg die door de scholen wordt geboden. In het ZAT wordt de beschikbare expertise van de betrokken organisaties sneller en eenvoudiger toegankelijk voor de bestaande zorgstructuren.
 
GRENZEN AAN DE ZORG
 
Indien we het noodzakelijk achten over te gaan tot het aanmelden bij het Zorgteam of ZAT blijkt dat er in onze visie een grens aan de zorg zit. Als ouders weigeren om toestemming te geven voor externe consultatie, hulpverlening of verwijzing hebben wij niet de mogelijkheid om het kind de juiste zorg te bieden. Het welzijn en de ontwikkeling van het kind komt dan naar onze mening in gevaar.
 
De voortgang, de ontwikkeling en het welbevinden is een verantwoordelijkheid van de
school, maar in deze specifieke gevallen vinden wij dat de ouders een goede voortgang
belemmeren. Uiteraard proberen we in eerste instantie d.m.v. gesprekken in goede
harmonie tot een oplossing te komen. Als ouders bij een weigering blijven, zal het kind
de normale hulp in de klas krijgen, maar de hulp buiten de klas zal niet plaats vinden.
Bovendien kunnen we - in het geval van aanhoudende weigering - bij externe instanties
een melding doen van onze handelingsverlegenheid.
 
SCHOOLARTS
 
De jeugdgezondheidszorg wordt uitgevoerd door de GGD.
De schoolarts of jeugdverpleegkundige bezoekt regelmatig de school om de kinderen uit bepaalde groepen te onderzoeken. Wanneer uw kind bij de schoolarts of jeugdverpleegkundige moet komen, ontvangt u hier vooraf een brief over.
 
SCHOOLMAATSCHAPPELIJK WERK
 
U kunt als ouder(s) gebruik maken van de diensten van het schoolmaatschappelijk werk als het gaat om informatie, advies en begeleiding.
Misschien is één gesprek met haar al voldoende voor u om tot een oplossing te komen, maar het kan ook zijn dat er meer gesprekken gewenst zijn.
Voor advies kunt u contact opnemen met de intern begeleider van de school.
 
VERTREKKENDE EN INSTROMENDE LEERLINGEN
 
Het is een wettelijke verplichting voor scholen om voor vertrekkende leerlingen een onderwijskundig rapport te maken. Dit rapport geeft de ontvangende school informatie over de instromende leerling: hoe functioneert de leerling m.b.t. de leerstof en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook wordt vermeld met welke methodes de leerling heeft gewerkt. Ook wordt er aangegeven of de leerling extra zorg kreeg op school. Al deze gegevens helpen mee om de overgang van de ene naar de andere zo soepel mogelijk te laten verlopen. De ouders die bij ons van school gaan, kunnen ervan verzekerd zijn dat er een onderwijskundig rapport wordt opgestuurd naar de ontvangende school.
 
 
EXTERN ONDERZOEK OF BEGELEIDING OP INITIATIEF VAN OUDERS
Het komt voor dat ouders zelf onderzoek laten doen en een privé remedial teacher inzetten. In zo’n geval staan we open voor de adviezen en uitkomsten van het onderzoek. Het kan van betekenis zijn voor ons handelen. Tegelijkertijd willen we daarbij aantekenen dat de mogelijkheden van begeleiding binnen het reguliere basisonderwijs ook beperkingen kent. Concreet kan dat betekenen dat we niet alle adviezen en vragen van deze instanties kunnen opvolgen en beantwoorden. Binnen de grenzen van onze mogelijkheden doen we wat haalbaar is. Op basis van privé-onderzoek kan geen aanspraak gemaakt worden op speciale regelingen binnen onze school. Het volgen van remedial teaching onder schooltijd is in principe niet toegestaan. In uitzonderlijke gevallen, na overleg met de intern begeleider, kan bij het bestuur toestemming worden gevraagd.